Skip to main content
Home » Leven Met... » “Er is nood aan een beleid op maat van elk type mantelzorger”
Mantelzorg

“Er is nood aan een beleid op maat van elk type mantelzorger”

Johan Tourné
Johan Tourné

Iedereen kent wel een mantelzorger in zijn of haar omgeving, iemand die de zorg opneemt voor een zieke naaste. Niet verwonderlijk, want liefst 600.000 Vlamingen mogen zich mantelzorger noemen. Johan Tourné, voorzitter van het Vlaams Mantelzorgplatform, legt uit waarom ze zo belangrijk zijn in onze samenleving en pleit voor een ondersteuning op maat.

Tekst : Sandra Gasten – Foto’s : Samana

Wanneer mag iemand zich een mantelzorger noemen?

“Je bent mantelzorger zodra je de zorg opneemt van een ouder, partner, kind of buur die chronisch ziek, gehandicapt of hulpbehoevend is of is geworden. Kenmerkend is dat er een emotionele band met de naaste is. Mantelzorg verschilt daarin van vrijwilligerswerk, waar je voor vreemden zorgt en waar je uit eigen keuze instapt en weer makkelijk uitstapt.”

“Toch rollen veel mantelzorgers vaak vanzelf in die rol, wanneer een naaste zorgbehoevend wordt. Na verloop van tijd groeit bij de hulpverlener het besef dat de zorg toeneemt of zelfs chronisch wordt. Het aantal uren verzorging begint dan op iemands agenda, zijn professionele en sociale leven of zijn gezondheid te wegen.”

Mantelzorg komt in heel wat vormen voor. Wat zijn de meest voorkomende?

“In 97% van de gevallen gaat het om een familielid waar zorg voor wordt gedragen. Een belangrijk deel is de zorg voor naasten die gewoon ouder zijn geworden. Het verlies van mobiliteit of zelfredzaamheid zorgt voor een grotere zorgbehoevendheid.”

Je bent mantelzorger als je de zorg opneemt van een naaste waarmee je een emotionele band hebt.

“Een ander groot deel ervan zorgt voor een dementerende ouder of partner of voor een naaste met een chronische ziekte. Daarnaast zijn er ouders die zorgen voor een kind met een beperking. De groep mantelzorgers is alleszins heel divers.”

Ook heel wat jongeren nemen een taak van mantelzorg op zich. Met welke moeilijkheden krijgen zij te maken?

“We gaan ervanuit dat zo’n 40.000 jongeren onder de 25 jaar een mantelzorgtaak op zich nemen. Een moeilijkheid daarbij is dat de rol binnen de relatie verandert. Een kind neemt de zorg op van de ouder en draagt dus een atypische verantwoordelijkheid.”

“Jongeren lopen ook vaak niet te koop met die taak. Het is niet vanzelfsprekend om er met leeftijdsgenoten over te praten, omdat die in een andere leefwereld vertoeven. Bovendien zijn leraren vaak niet op de hoogte van de situatie, waardoor zij geen rekening houden met de specifieke moeilijkheden. Nochtans staan scholen wel open voor een aangepast beleid.”

Zullen jongeren in de toekomst nog vaak als mantelzorger optreden?

“Er is nu een generatie vijftigers en zestigers die vroegtijdig is kunnen stoppen met werken – dankzij diverse systemen – maar de jongere generatie zal langer aan het werk blijven. Dat wordt moeilijker om te organiseren.”

“Bovendien wonen jongeren en hun ouders niet meer zo dicht bij elkaar. Daarnaast bestaan er nieuwe gezinsvormen, zoals eenoudergezinnen of nieuw samengestelde gezinnen. Die zorgen ervoor dat er andere manieren gevonden moeten worden om mensen te stimuleren.”

Er zijn veel mensen die een job combineren met mantelzorg. Hoe kunnen werkgevers het hen gemakkelijker maken?

“Het organiseren van de zorg brengt druk en stress met zich mee. Het risico op overbelasting is groot met een mogelijke burn-out en uitval op het werk tot gevolg. Vaak gaan mantelzorgers deeltijds werken, waardoor ze ook financieel minder verdienen. In de toekomst zal het nodig zijn om onze samenleving anders te organiseren om het risico op gezondheidsproblemen te verlagen.”

“Ook bij werkgevers is er meer flexibiliteit nodig, rekening houdend met de noden van elke sector. Flexibele werktijden of aandacht voor de mantelzorger kunnen al voldoende zijn. Een goed wettelijk kader is daarbij belangrijk.”

Welke financiële tegemoetkomingen vanuit de overheid bestaan er al?

“Een van de laatste maatregelen is de creatie van het mantelzorgverlof, waardoor iemand tijdelijk deeltijds of voltijds verlof kan opnemen. Er is ook het systeem van tijdskrediet, waar een vergoeding is aan gekoppeld om dat inkomensverlies deels te compenseren.”

Na verloop van tijd groeit bij de mantelzorger het besef dat de zorg toeneemt of zelfs chronisch wordt. Vaak gaan ze dan minder of deeltijds werken, waardoor ze het zelf financieel moeilijker krijgen.

“Als werknemer kan je loopbaanonderbreking nemen om zorg te dragen voor een terminaal zieke persoon. Voor dat palliatief verlof krijg je een onderbrekingsuitkering van de RVA. Tot slot geeft 80% van de gemeenten een mantelzorgpremie, die vandaag ongeveer 28 euro per maand bedraagt. Die mag zeker nog verhoogd worden, wat een signaal van waardering zou zijn.”

Welke uitdagingen zijn er voor het toekomstige beleid?

“Op basis van gesprekken met de mantelzorggroepen moet er een beleid op maat worden opgesteld. De behoefte van een ouder met een kind met een beperking is immers verschillend van de partner die zijn vrouw met kanker verzorgt.”

“Anderzijds moet het beleid zorgen dat het aanbod aan ondersteuning wordt uitgebreid, zoals de thuisverpleging of huis-aan-huislevering van maaltijden. Ook psychologische hulp en toegang tot informatie moeten mogelijk zijn.”

“Mantelzorgers kunnen al terecht bij zes verenigingen die onder de koepel van het Vlaams Mantelzorgplatform werken. Sinds 2018 bestaat ook het Vlaams Expertisecentrum Mantelzorg dat alle informatie bundelt.”

Next article