Home » Leven met hiv » “Hiv is voorloper voor veel andere ziekten”
Hiv & aids

“Hiv is voorloper voor veel andere ziekten”

De Belg Peter Piot is hoogleraar aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine in Londen. Hij was in de jaren zeventig medeontdekker van het ebolavirus en daarna initiatiefnemer en hoofd van UNAIDS, de VN-organisatie die zich wereldwijd inzet om de strijd tegen hiv/aids aan te gaan.

“Hiv is een voorloper voor hoe het er nu bij veel andere ziekten aan toe gaat: de patiënt is mondiger en farmaceutische bedrijven hanteren een lagere prijs in arme landen. Het is tegenwoordig ondenkbaar om een programma op te zetten zonder mensen met hiv erbij te betrekken, met dank aan de aidsactivisten van het eerste uur, die ons dit afgedwongen hebben.”

Advertentie

Wat zijn de ‘moments that matter’, de mijlpalen, in uw persoonlijke leven als we spreken over uw inzet om aids tegen te gaan?

“Ik woonde als kind in de bossen bij een klein Vlaams dorp. En als ik terugdenk over een speciaal moment in mijn persoonlijk leven, dan was dat toen ik las over Antoni van Leeuwenhoek, die de eerste microscoop had gemaakt. Het fascineerde me dat in het bos een hele wereld aan leven was die je met het blote oog niet kon zien. Ik had ook een drang om verre landen te ontdekken.”

“Daarom heb ik me tijdens mijn studie gespecialiseerd in infectieziekten en tropische geneeskunde. Een andere mijlpaal was in 1976, ik was toen 27 jaar. Bij toeval ontdekte ons laboratorium in het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen het ebolavirus. Ik ging voor het eerst naar Afrika en werd daar geconfronteerd met extreme armoede en met de eerste ebola-epidemie. Op dat moment wist ik wat mij in het leven te doen stond.”

“Toen aids begin jaren 80 op de wereld kwam, werd het vooral gezien als homoziekte. Een impactvol moment, waar ik nog vaak aan terugdenk, was in 1983 in Kinshasa. Ik deed er onderzoek in het Mama Yemo ziekenhuis dat vol lag met vrouwen en mannen van mijn generatie met aids: ik besefte toen dat aids een catastrofe zou worden voor delen van Afrika.”

We hebben ontzettend veel bereikt: in 2000 waren er in ontwikkelingslanden slechts 200.000 mensen met toegang tot hiv-medicatie. Nu zijn dat er twintig miljoen.

“En het versterkte mijn gevoel want ik had nooit begrepen waarom een virus zich iets zou aantrekken van iemands seksuele oriëntatie. Hiv komt net zo goed voor onder hetero’s als onder homo’s. Ook in het ziekenhuis in Antwerpen zag ik patiënten met aids. Het heeft me natuurlijk zeer geraakt dat ook vrienden aan aids zijn overleden.”

Wat zijn de ‘moments that matter’, de belangrijke momenten, met betrekking tot hiv op de wereld?

“Een eerste cruciaal moment was natuurlijk de razendsnelle verspreiding van aids begin jaren tachtig, vooral onder homoseksuelen in westerse landen. Aidsactivisten lieten luid en duidelijk van zich horen, omdat er geen behandeling was voor deze dodelijke ziekte en zij enorm werden gediscrimineerd. De ontdekking in 1984 van het hiv-virus, dat aids veroorzaakt, was zeer belangrijk.”

“En ik zal nooit het moment vergeten dat op het internationale aidscongres in 1996 in Vancouver de hiv-combinatiebehandeling werd aangekondigd. Die doorbraak veranderde alles: het was niet meteen de grote oplossing, maar aids was niet langer een doodvonnis. Tijdens de opening van het congres pleitte ik ervoor dat die nieuwe behandeling zo snel mogelijk toegankelijk moest worden voor iedereen in de wereld die het nodig heeft. De prijs was veel te hoog voor ontwikkelingslanden waar de grote meerderheid van mensen met hiv leven.”

“De politiek heeft lang gezwegen over aids. Pas rond het jaar 2000 kwam er aandacht voor aids, en wel tot aan de top van de internationale politiek. Daardoor kwam er geld voor onderzoek, preventie en behandeling. In 1995 werd UNAIDS opgericht en in 2002 het Global Fund to fight AIDS, Tuberculosis and Malaria. In 2001 kwam er een topontmoeting in Abuja van Afrikaanse leiders over aids en een speciale sessie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In 2003 verbaasde president Bush de wereld door het Amerikaanse congres vijftien miljard dollar te vragen voor aidsbestrijding.”

Hoe kijkt u tegen discriminatie van mensen met hiv aan?

“Ik verwachtte in 1996 dat hiv een ziekte zoals alle andere zou worden, omdat we toen een behandeling hadden. Maar ondanks de inzet van beroemdheden zoals prinses Diana en koningin Fabiola, die de strijd aangingen tegen hiv-stigma door bijvoorbeeld aidspatiënten te omhelzen, is stigmatisering een hardnekkig probleem gebleven. Ik hoop op een verandering als we in de toekomst hiv kunnen genezen.”

Wat is volgens u de rol van farmaceutische bedrijven?

“Farmaceutische bedrijven hebben we beslist nodig. Fundamenteel onderzoek wordt vaak gedaan door universiteiten, maar het zijn farmaceutische bedrijven die medicijnen en vaccins ontwikkelen, en dat kost veel geld. Bedrijven investeren nog steeds in nieuwe behandelingen, omdat er in westerse landen een markt voor is.”

De hele retoriek over het einde van aids in 2030 werkt contraproductief. Mensen denken: het is over, terwijl we niet weten of we het kunnen waarmaken.

“In de jaren negentig en nadien werden farmaceutische bedrijven aangevallen omdat hiv-medicijnen veel te duur waren voor ontwikkelingslanden. Ik heb er een groot deel van mijn leven aan besteed om de prijs van hiv-medicijnen naar beneden te krijgen. Met succes, zowel door selectieve prijsdalingen voor ontwikkelingslanden als door de productie van generische versies in India. ViiV Healthcare heeft bijvoorbeeld een ‘acces program’ voor arme landen en met hun initiatief ‘Positive Action’ ondersteunen zij wereldwijd kwetsbare groepen die leven met hiv.”

Hoe ziet u in de toekomst de verdere impact van aids op de wereld?

“We hebben ontzettend veel bereikt: in het jaar 2000 waren er in ontwikkelingslanden slechts 200.000 mensen met toegang tot hiv-medicatie. Nu zijn dat er twintig miljoen. Maar nog steeds vallen miljoenen mensen buiten de boot, vooral mensen die gestigmatiseerd worden, zoals migranten, verdrukte minderheden, drugsgebruikers, sekswerkers en homoseksuelen. Jaarlijks overlijden hierdoor zo’n 800.000 mensen met aids.”

“De strijd hiertegen aangaan is mijn eerste prioriteit. Mijn tweede prioriteit is dat we veel meer moeten doen om te voorkomen dat mensen hiv oplopen. Preventie wordt nu verwaarloosd. Mijn derde prioriteit is de uitdaging dat mensen de rest van hun leven de hiv-behandeling blijven gebruiken. Omdat steeds meer mensen met hiv zich helemaal niet ziek voelen, is dat beslist niet vanzelfsprekend. Maar als men stopt met de medicatie, slaat het virus gegarandeerd weer toe.”

We horen steeds vaker dat aids in 2030 de wereld uit is. Denkt u dat ook?

“De hele retoriek over het einde van aids in 2030 werkt contraproductief. Mensen denken: het is over, terwijl we niet weten of we het kunnen waarmaken. Om aids de wereld uit te krijgen, moeten we een vaccin hebben – daar wordt hard aan gewerkt. Ik ben een optimist. We hebben enorm veel vooruitgang geboekt, maar er is nog veel te doen.”

Advertentie
Next article