Skip to main content
Home » Infectieziekten » “Vandaag heet de kwelgeest Sars-Cov-2, maar morgen staat er een nieuwe klaar”
Infectieziekten

“Vandaag heet de kwelgeest Sars-Cov-2, maar morgen staat er een nieuwe klaar”

Dankzij de grotendeels succesvolle vaccinatiecampagne is er stilaan licht aan het einde van de tunnel in de strijd tegen het coronavirus. “Maar ook in de toekomst moeten we leren leven met COVID en andere infectieziekten”, zeggen dr. Katelijne Dierick en prof. dr. Herman Van Oyen van Sciensano.

COVID-19 heeft infectieziekten opnieuw op de radar gezet. Deze waren in onze westerse maatschappij door het succes van vaccins, antibiotica en een goed uitgebouwde surveillance een ver-van-mijn-bedshow geworden. De aandacht was vernauwd tot de verontrustende opmars van antibioticaresistentie.

Dr. Katelijne Dierick, wetenschappelijk directeur Infectieziekten mens Sciensano.

Infectieziekten zijn nooit weggeweest, maar de meeste ervan beschouwen we tegenwoordig als een banaal ongemak dat we kunnen behandelen met een pilletje of kunnen voorkomen met een vaccin. Zelfs bij reizen naar verre landen waar exotische ziekten voorkomen, volstaan doorgaans enkele voorzorgen en desnoods wat (zelf)medicatie om gezond te blijven.

Verstoord evenwicht

Dit ogenschijnlijke evenwicht werd begin 2020 brutaal verstoord door SARS-CoV-2. Door het hoge aantal patiënten op intensieve zorg legt het een enorme druk op ons zorgsysteem. Met vallen en opstaan hebben we de voorbije maanden geleerd dat er maar twee oplossingen zijn: besmettingen voorkomen én vaccineren.

Prof. Dr. Herman Van Oyen, wetenschappelijk directeur Epidemiologie en volksgezondheid Sciensano.

Bepaalde preventieregels, zoals hoesten in de elleboog en handen wassen, waren enigszins ingeburgerd door de grieppreventie. Andere maatregelen, zoals de 1,5 meter afstand, het dragen van een mondmasker en het beperken van onze contacten tot zelfs een lockdown waren nieuw, moeilijker aanvaardbaar en hadden een grote impact op veel domeinen van onze samenleving. De snelle beschikbaarheid van efficiënte vaccins en een hoge vaccinatiegraad zijn cruciaal gebleken in het terugdringen en het beheersbaar houden van de epidemie.

Voorbereiden op de toekomst

Willen of niet, we zijn als individu, groep en diersoort verbonden met anderen en met onze fysische en socio-economische leefomgeving. Die interactie kent vele facetten. Sars-CoV2 ging bijvoorbeeld over van dier naar mens. We zien ook dat we nieuwe varianten bij ons maar onder controle kunnen krijgen als dat ook wereldwijd lukt. Bovendien dienen we verder te kijken dan het virus en zijn directe gevolgen.

Langdurige gezondheidsproblemen door COVID-19 zijn geen uitzondering en kunnen tot een grotere gezondheidsongelijkheid leiden.

Langdurige gezondheidsproblemen door COVID-19 zijn geen uitzondering en kunnen tot een grotere gezondheidsongelijkheid leiden. Wie het al moeilijk had, bekoopt dat op gezondheidsvlak en zakt vervolgens nog dieper in de ellende. Ook de klimaatverandering doet zijn duit in het zakje, waardoor we ons moeten voorbereiden op problemen die zich in onze contreien niet (meer) stelden. Vandaag heet de kwelgeest Sars-Cov-2, maar morgen staat er een nieuwe klaar.

Holistische benadering

Als maatschappij zullen we opnieuw rekening moeten leren houden met infectieziekten en vooral waakzamer zijn. Daarin is een hoofdrol weggelegd voor de surveillance van ziekten – met de opsporing van varianten en clusters -, het nagaan van hun effect op het ziektebeeld én op behandeling en vaccinatie. We kunnen daarvoor alvast enkele troeven uitspelen die onze voorouders niet hadden: krachtige surveillancesystemen, een beter bewustzijn van de impact van hygiëne en preventie op onze gezondheid, en een holistische in plaats van fragmentaire benadering van gezondheidsrisico’s.

Next article