Home » Immunologie » “Reumatische behandelingen hebben een enorme evolutie ondergaan”
Behandeling

“Reumatische behandelingen hebben een enorme evolutie ondergaan”

In samenwerking met
In samenwerking met

Zowel de diagnostiek als de behandelingsmogelijkheden voor reumatische aandoeningen zijn enorm verbeterd, waardoor patiënten vandaag mits een tijdige diagnose normaal kunnen blijven leven. Prof. dr. Dirk Elewaut, diensthoofd Reumatologie bij UZ Gent, geeft toelichting bij de belangrijkste evoluties.

Tekst: Joris Hendrickx

Prof. dr. Dirk Elewaut, diensthoofd Reumatologie UZ Gent.

Prof. dr. Dirk Elewaut

Diensthoofd Reumatologie – UZ Gent

Foto: VIB Ine Dehandschutter

Wat zijn de belangrijkste evoluties bij de behandeling van reumatische aandoeningen?

“Tot dertig jaar geleden waren de opties voor de behandeling van reumapatiënten beperkt en werd heel vaak langdurig gebruikgemaakt van corticoïden. Het spreekt voor zich dat de therapeutische respons toen niet erg groot was. Bijgevolg was reuma bij een groot deel van de patiënten onvoldoende gecontroleerd, waardoor belangrijke gewrichtsschade  optrad. Eind de jaren 90 kwamen de eerste anti-TNF’s (biologicals) ter beschikking. Eerst waren deze er enkel voor reumatoïde artritis, maar al snel waaiden ze over naar andere reumatische ziektebeelden – zoals spondyloartritis – waar ze zeer goed bleken te werken. Dit zorgde werkelijk voor een revolutie waarbij de innovaties elkaar snel zijn beginnen op te volgen. »

« Vandaag kunnen we reuma ook veel vroeger detecteren, waardoor er doorgaans veel minder structurele schade optreedt en we de ernstige deformaties nog maar zelden zien. Een opvallende vaststelling is ook dat sinds de introductie van deze nieuwere generatie van reumamedicatie het aantal ziekenhuisopnames voor reumatische problemen enorm gedaald is.”

Welke verschillen zijn er tussen mannelijke en vrouwelijke patiënten?

“Het is opvallend dat er zich in veel reumatische ziektebeelden een genderbias voordoet. Zo komt reumatoïde artritis duidelijk meer voor bij vrouwen. Maar ook bij veel andere auto-immuunziekten is dat het geval. Zo is spondylitis ankylosans duidelijk meer frequent bij mannen. Het gaat hier over een gevorderde fase van axiale spondyloartritis waarbij er veel structurele schade is die kan worden vastgesteld via röntgenfoto’s en MRI-scans. Hierbij geeft een chronische ontsteking van de wervelzuil, meest typisch ter hoogte van de verbinding tussen de wervelzuil en het bekken, aanleiding tot weefselschade en nieuwbotvorming. In zijn meest extreme – maar gelukkig nog maar zeldzame – vorm leidt dit tot een volledige beenderige verstijving van de wervelzuil. »

We kunnen reuma veel vroeger detecteren, waardoor er doorgaans veel minder structurele schade optreedt en we de ernstige deformaties nog maar zelden zien.

« Bij vroege vormen van axiale spondyloartritis beperkt de aandoening zich tot tekenen van ontsteking ter hoogte van het axiaal skelet, zonder dat er reeds structurele schade waarneembaar is. Via MRI kan die ontsteking nu vroegtijdig worden opgespoord. Deze vorm komt evenveel voor bij vrouwen als mannen, maar mannen blijken op termijn vaak meer structurele schade te ontwikkelen dan vrouwen. Er wordt verondersteld dat verschillen in het immuunsysteem en de mate van fysieke activiteit aan de basis liggen van deze verschillen.”

Vanwaar komt dan het idee dat axiale spondyloartritis meer voorkomt bij mannen?

“Tot tien à vijftien jaar geleden hadden we nog niet dezelfde toegang en ervaring met het gebruik van MRI, waardoor axiale spondyloartritis veel meer beschreven werd bij mannen dan bij vrouwen. Dat kwam simpelweg omdat zij eigenlijk al in de gevorderde fase van de aandoening zaten waarbij de schade al veel meer uitgesproken was. Pas later is dankzij een verbeterde beeldvorming gebleken dat axiale spondyloartritis evenveel voorkwam bij vrouwen, met globaal gesproken vergelijkbare klachten. Dit is dus een voortschrijdend inzicht geweest waar intussen in het onderwijs veel aandacht aan wordt gegeven. Hierdoor zijn alle collega’s hier intussen goed van op de hoogte en is er vandaag geen vertraging meer in de diagnose bij vrouwelijke patiënten.”

Hoe komt het dat patiënten met axiale spondyloartritis soms pas laattijdig een diagnose krijgen?

“Vroeger was er een vertraging in de diagnose bij mensen met axiale spondyloartritis. De reden hiervoor was dat rugpijn nu eenmaal veel verschillende oorzaken kan hebben. Op die manier duurde het enige tijd vooraleer men denkt aan axiale spondyloartritis. Vandaag doen we het in Europa wat dat betreft goed. Toch krijgen we bij axiale spondyloartritis ook nu nog regelmatig patiënten binnen die al tot twee jaar klachten hebben. De pijn treedt vaak immers op met ups en downs, waardoor deze initieel dan eerder geassocieerd wordt met andere zaken. Wanneer je spontaan rugklachten begint te ontwikkelen, denk je er bovendien niet vanaf dag één aan om meteen naar een arts te stappen. Hier gaat wat tijd overheen. Wanneer de ontsteking zich daarentegen situeert ter hoogte van de ledematen, wordt dat sneller herkend als reuma.”

Het is opvallend dat er zich in veel reumatische ziektebeelden een genderbias voordoet. Zo komt reumatoïde artritis duidelijk meer voor bij vrouwen.

Is het zo dat mannen eerder axiale klachten hebben en vrouwen eerder perifere klachten?

“We hebben nu een grote nationale cohorte van axiale spondyloartritis. Bij de vroegtijdige vormen daarvan is de verdeling eerder gelijk tussen mannen en vrouwen. Het is dus niet zo dat vrouwen meer perifere klachten hebben. De impact van de ziekte op de levenskwaliteit is verder trouwens vergelijkbaar tussen mannen en vrouwen. Er zijn wél verschillen gerapporteerd tussen het mannelijke en vrouwelijke immuunsysteem. Het is dus zeker interessant om in dat licht bij zowel experimentele als observationele studies verder te bekijken in welke mate we eventuele verschillen tussen mannen en vrouwen biologisch kunnen verklaren.”

Wat gebeurt er zoal voor patiënten buiten het puur medische aspect?

“ReumaNet is als Vlaamse patiëntenvereniging voor mensen met reuma bijzonder goed georganiseerd. Het is een zeer dynamische en proactieve organisatie die er alles aan doet om de nodige informatie te bezorgen aan patiënten en te antwoorden op al hun vragen. Ook op psychosociaal vlak kunnen zij veel betekenen. Daarnaast hebben we een project opgezet rond reumatische ziektebeelden, werkparticipatie en de implicatie bij verzekeringen. We denken dat de diagnose van reuma bijvoorbeeld geen impact meer zou mogen hebben op de schuldsaldoverzekering. De therapieën zijn enorm geëvolueerd, waardoor het reumatisch ziektebeeld vandaag niet meer vergelijkbaar is met dat van enkele decennia geleden. De meeste reumapatiënten kunnen vandaag een perfect normaal leven leiden en normaal functioneren in het professionele leven. Via onderzoeksprojecten willen we dat nog duidelijker aantonen.”

Next article