Hoe staat de gemiddelde Belgische consument tegenover OTC- of “over-the-counter”-medicijnen? Waar koopt hij ze? En is hij gevoelig voor reclame voor dit soort middelen? Bachi, de beroepsfederatie van producenten van OTC-medicijnen, onderzocht dat in een grote studie. Gedelegeerd Bestuurder Marc Gryseels overloopt de voornaamste conclusies.

Marc Gryseels
GEDELEGEERD BESTUURDER BACHI
Over-the-counter-medicijnen (OTC-medicijnen) zijn geneesmiddelen die je zonder voorschrift van een arts kunt kopen. Denk bijvoorbeeld aan pijnstillers en koortswerende middelen, hoest- en verkoudheidsmiddelen of crèmes voor kleine wondjes, maar ook zelfzorg-producten. Gryseels: “In de studie onderzoeken we onder meer hoe de consument omgaat met self-care, wat de rol van de apotheek hierin is en of hij zijn middelen bijvoorbeeld via e-commerce aankoopt. Aan dat laatste hebben we wat meer aandacht besteed omdat de vorige studie al tien jaar oud was. E-commerce stond toen nog in zijn kinderschoenen. Zo’n 1.000 Belgen hebben aan de studie meegedaan en ze was representatief voor onze bevolking.”
Wat zijn de belangrijkste conclusies?
Wel, dat mensen eigenlijk heel volwassen met self-care omgaan en dat het vandaag de dag eigenlijk een doodnormale praktijk is. Bijna elke Belg heeft vandaag een huisapotheek, ze kopen vooral producten die ze al kennen en lezen zorgvuldig de bijsluiter om de middelen correct te nemen. En eigenlijk verschilt dat gedrag niet zo gek veel van tien jaar geleden (lacht).
Door wie laten consumenten zich graag voorlichten als het over dit soort geneesmiddelen gaat?
Nog altijd worden de arts en de apotheker aanzien als de meest betrouwbare adviseurs. En dus niet, zoals men wel eens denkt, Google of reclame of artificiële intelligentie. Alleen: voor hoelang nog? Acht op de tien mensen kopen dit soort zaken ook liefst bij de apotheek. En dat is goed nieuws. Kijk, onze branche moet in zijn manier van communiceren aan heel erg veel regels voldoen, maar eigenlijk zijn het dus nog altijd artsen en apothekers, wetenschappers, die de grootste invloed hebben. Wat ook opvalt: als ze niét naar de apotheker gaan, kopen mensen meestal zaken die ze al kennen of al gebruikt hebben. Zaken dus waar ze vertrouwd mee zijn. Dus ook de prijs is meestal geen doorslaggevend element om voor een bepaald product te kiezen.
Welke kanalen volgen na de apotheek?
Dan komen de online-apotheken met ongeveer drie op de tien Belgen die dit hun favoriete kanaal noemen. Daarna komt de parafarmacie, zeg maar de drogisterijen. En helemaal onderaan komen de supermarkten. Het hangt natuurlijk ook een beetje van het product af. Een verzorgende tandpasta zal men wat sneller bij de supermarkt kopen dan bij een apotheek bijvoorbeeld. We zien ook dat leeftijd eigenlijk niet veel invloed heeft op die volgorde. Ook bij oudere mensen scoort e-commerce vrij goed.
Zo’n 70 procent van de consumenten stelt nooit vragen als ze via e-commerce OTC-medicijnen kopen.
Waar staan we qua e-commerce in vergelijking met onze buurlanden?
We zitten daar een beetje lager dan veel andere landen, zoals bijvoorbeeld Nederland. Dat heeft verschillende redenen, maar het belangrijkste is, denk ik, dat het apothekersnetwerk in ons land bij de beste van Europa hoort. De meeste Belgen hebben op minder dan een kilometer van hun huis een apotheek. Dat doen weinigen ons na en dat is zeer positief. We hebben dus zeker niet té veel apotheken in ons land, zoals je soms wel eens hoort.
De apotheker is dus cruciaal in dit verhaal?
Absoluut en dat heeft verschillende redenen. De belangrijkst is allicht de betrouwbaarheid van de apotheek, die al zeer goed gepercipieerd wordt. En ten tweede ook de toegankelijkheid. Daardoor scoort de apotheek even goed als de huisarts. Niet omdat hij “beter” zou zijn, maar omdat men bij de meeste artsen een wachttijd heeft. Bij de apotheek kunt u zo binnenstappen. Uit het onderzoek blijkt ook dat veel consumenten vragende partij zijn om meer OTC-producten voor de toonbank van de apotheek te hebben. Op die manier kunnen ze bijvoorbeeld prijzen vergelijken en de bijsluiter al lezen.
Geven consumenten aan waarom ze graag online shoppen?
Een van de belangrijkste redenen is de prijs. Ze zoeken op internet een product dat ze al kennen en waar dat het goedkoopst is. Ook al is die prijs eigenlijk zelden doorslaggevend. Dat zit ook wel een logica achter: het is nu eenmaal zeer gemakkelijk om op internetprijzen te vergelijken.
Er is veel te doen over de elektronische bijsluiter, gaat die er komen?
Wel, het blijkt in elk geval dat veel consumenten dat zeker zien zitten. Met bijvoorbeeld een QR-code zouden ze de bijsluiter al op hun gsm kunnen lezen. Op die manier maak je het ook mogelijk om die bijsluiter bijvoorbeeld in het Engels ter beschikking te stellen, als je geen Nederlands of Frans spreekt.
Is de industrie daar ook voorstander van?
Ja, eigenlijk wel, maar er is hierrond natuurlijk een vrij strikte wetgeving. En de wet veranderen, vraagt vaak heel wat tijd (glimlacht). Sommige partijen willen ook die papieren bijsluiter in de doos graag behouden, enkel en alleen omdat men dat gewend is. Een ander optie is natuurlijk om beiden aan te bieden. Het ene sluit het andere niet uit. Alleen moet je dan oppassen dat je geen discrepanties krijgt tussen de papieren en de elektronische versie. Een papieren versie van de bijsluiter updaten gaat natuurlijk trager dan een elektronische, waardoor er verschillen kunnen zitten tussen het papier dat u in het doosje vindt en de bijsluiter online. En dat is voor consumenten verwarrend.
Als ze niét naar de apotheker gaan, kopen mensen meestal zaken die ze al kennen of al gebruikt hebben.
Hoe ziet u de rol van de apotheker in de toekomst evolueren?
Die wordt enkel maar belangrijker. Waar ons apothekersnetwerk bij de beste van Europa behoord, bengelen we wat betreft het aantal artsen helemaal onderaan. Dat heeft onder meer te maken met onze numerus clausus, maar ook doordat ook artsen meer belang hechten aan hun work-life-balance dan 50 jaar geleden. Veel artsen willen geen werkdagen van veertien, vijftien uur meer. Wat perfect te begrijpen is, natuurlijk.
Merken zorgprofessionals ook dat consumenten steeds beter geïnformeerd zijn?
Ja, toch wel. Mensen worden mondiger, op een positieve manier en zijn vaak ook meer geïnteresseerd in hun gezondheid. Mensen durven ook in gesprek gaan met hun arts of apotheker. Ze stellen vragen en gaan in dia – loog. Dat is goed. Alleen in de e-commerce zien we dat fenomeen veel minder. Zo’n 70 procent van de consumenten stelt nooit vragen als ze via e-commerce OTC-medicijnen kopen. Dat is ook een van de redenen waarom ze meestal producten kopen die ze al kennen, zoals ik u in het begin al vertelde. Pas op, dat ze geen vragen stellen, wil niet zeggen dat ze ontevreden zijn. Dat is nog iets heel anders.
Welke lessen kan de farmaceutische industrie uit deze studie trekken?
Dat het cruciaal is om de arts en de apotheek te blijven informeren. Want zijn blijven cruciale schakels. Ik hoop ook dat de autoriteiten onze mogelijkheden rond communicatie zou herbekijken. We mogen reclame maken voor OTC-producten maar we zijn heel vaak met handen en voeten gebonden. We mogen bijvoorbeeld ook geen sociale media inzet – ten omdat de overheid “interactie” verbiedt. Boodschappen mogen niet gedeeld worden of becommentarieerd worden en reacties mogen niet beantwoord worden omdat de theorie is dat de fabrikant niet weet wie de gebruiker is. En wat zien we dan? Dat dit het speelveld wordt van influencers die mooie TikTok-filmpjes maken die compleet bui – ten de controle van de overheid vallen. Het wettelijk kader rond communicatie dateert al van 1964, de laatste update was in 1995. De oorspronkelijk wet gaat dus helemaal uit van radio en TV, van internet was nog geen sprake. En dat zie je wel.
Ook het aantal aandoeningen dat via OTC-medicijnen behandeld kan worden, mag gerust stijgen. Consumenten zijn van meer zaken op de hoogte, doen meer aan zelfzorg en op een verantwoorde manier én zijn er ook vragende partij voor. 40% van de consumenten zegt dat ze graag meer producten OTC ter beschikking krijgen. Alleen vraagt dat nog vaak een enorme administra – tie en bewijskracht. En bovendien verliezen medicijnen dan hun terugbetaling door de overheid. Farma-bedrijven zijn daar dus voorzichtig mee. Ze willen niet als enige OTC gaan als hun concurrenten dat niet doen, want dat is commerciële zelfmoord.
Die influencer waar u het net over had, kan ook perfect een Chinees of Amerikaan zijn die geen idee heeft van de Belgische wetten en situatie.
Exact, en misschien heeft hij het over een product met misschien een totaal andere dosering dan wat wij hier hebben. Dat kan snel gevaarlijk worden.


